Beoordeling
Beoordeling Praktische Opdracht Aardrijkskunde
- Heeft de leerling uit de informatiebronnen voldoende relevante informatie gehaald?
Let daarbij op de
- actualiteit van de informatie
- betrouwbaarheid van de informatie/bronnen
- volledigheid van de informatie -
Zijn antwoorden, standpunten, oplossingen en conclusies gebaseerd op de (verzamelde) informatie?
Let daarbij op de betrouwbaarheid van de informatie/ bronnen.
Dus niet 'heb ik gehoord van mijn oom', maar een artikel, naam van organisatie of iets dergelijks noemen. - Heeft de leerling het verloop van de opdracht (voorbereiding, uitvoering en presentatie) op een passende wijze geëvalueerd?
Denk hierbij aan
- het aangeven wat er goed en fout ging
- het doen van suggesties voor een andere opzet of een vervolg - In welke mate heeft de leerling de opdracht zelfstandig uitgevoerd?
Denk hierbij aan:
- heeft veel /weinig hulp gevraagd
- heeft zelf juiste beslissingen genomen - Heeft de leerling de geschikte geografische werkwijzen juist toegepast?
Denk hierbij aan:
- het veranderen van ruimtelijke schaal (inzoomen en uitzoomen)
- het wisselen van analyseniveau (uit welke delen/aspecten bestaat een gebied/verschijnsel en tot welke grotere gehelen behoren ze?)
- gebieden/verschijnselen karakteriseren op grond van meer dimensies
- het vergelijken van gebieden/verschijnselen en het aangeven van overeenkomsten/verschillen
- samenhangen van verschijnselen in één gebied of samenhangen tussen gebieden ontdekken - Heeft de leerling de geschikte kaartvaardigheden juist toegepast?
Denk hierbij aan:
- kaartselectie (de informatiewaarde van een kaart bepalen door te letten op projectie, schaal en symbolen),
- kaartlezen (verschijnselen op kaarten identificeren), - kaartanalyse (verschijnselen op verschillende kaarten classificeren en relateren), - kaartinterpretatie (verschijnselen op verschillende kaarten verklaren of voorspellen), - kaartproductie: geografische informatie verwerken tot een kaart waarbij grafische variabelen, schaal en legenda voor het beoogde doel correct worden gebruikt - Heeft de leerling relevante geografische kennis toegepast?
Denk hierbij aan:
- de politiek-ruimtelijke organisatie van een gebied,
- geografische kenmerken van gebieden - Presentatievaardigheden (schriftelijk verslag)
- introductie van het onderwerp,
- formulering van de vraagstelling(en), - beschrijving van de onderzoeksopzet en -uitvoering - ingaan op de hoofdvraag, - feiten worden niet als meningen gepresenteerd of omgekeerd, - leerling beperkt zich niet tot weergave van bronnen/ citaten, maar geeft uiteenzettend/ betogend/ beschouwend antwoord op de vraagstelling, - waarheidsgehalte, - correcte samenvatting van de inhoud van het middenstuk, - antwoord op de hoofdvraag/ deelvragen verkregen, - goed bij de vraagstelling aansluitende conclusie, - een eigen mening over het onderwerp - logische opbouw van de tekst, - overzicht informatiebronnen/ literatuurverwijzing, - omvang voldoende - zorg besteed aan afwerking/ illustraties/ kantlijnen/ lay out
gebruikte illustraties en tekst zijn gekoppeld- duidelijk/begrijpelijk (eigen woordgebruik), - afgestemd op de doelgroep en tekstsoort,