Ben ik over?
A. Overgang van klas 1 naar klas 2
In de 1e klas wordt gewerkt met de beoordelingsschaal A t/m F. De betekenis van de letters in de heterogene brugklas is als volgt:
- A = goed (VWO-niveau)
- B = ruim voldoende (HAVO-niveau)
- C = voldoende (VMBO-niveau)
- D = onvoldoende
- F = slecht
|
Van 1 naar: |
NE/FA/EN/GS/AK/WI/BI |
LO/MU/TE/HV/TN |
|
2 VMBO-tl |
Maximaal 2 x D |
Maximaal 1 x D |
|
2 Havo/Atheneum |
Min. 4 x B; met 1 x D = extra B nodig |
Maximaal 1 x D |
|
2 Gymnasium |
Min. 4 x A en 3 x B |
Maximaal 1 x D |
De leerling die niet aan de norm voor automatische bevordering voldoet, wordt in bespreking gebracht.
Voor wie niet de 2-VMBO-norm haalt, kan het resultaat van de bespreking zijn:
- alsnog (eventueel met taken) bevorderd naar 2-VMBO;
- bevordering naar de 2e klas kader- of basisberoepsgerichte leerweg van het VMBO;
- onder voorwaarden doubleren in de 1e klas.
B. Overgang van 2-VMBO-t naar 3-VMBO-tl
In klas 2-VMBO-t wordt gewerkt met de beoordelingsschaal 1 t/m 10. Voor de vakken LO, Muziek, Tekenen en Handvaardigheid worden de lettersymbolen A t/m F gebruikt.
| van > naar | NE/FA/DU/EN/GS/AK/WI/NA/BI/EC | LO/MU/TE/HV |
| 2VMBO-tl > 3VMBO-tl |
Minimaal 58 punten Maximaal 3 x 5 of 1 x 5 + 1 x 4 |
Maximaal 1 x D |
De leerling die niet aan de norm voor automatische bevordering voldoet, wordt in bespreking gebracht.
Als vervolg op 2 VMBO-t zijn er de volgende mogelijkheden:
- Bevordering naar 3 VMBO-t
- Afwijzen voor 3 VMBO-t
- een vervolg op VMBO-bk-niveau (wordt door het Dalton niet aangeboden)
- onder voorwaarden doubleren in klas 2 vmbo
C. Overgang van 2-HAVO/Atheneum naar 3 HAVO
In 2-HAVO/Atheneum wordt gewerkt met de beoordelingsschaal A t/m F, waarbij de letter B het HAVO-niveau aangeeft en de letter A het VWO-niveau.
|
Van > naar |
NE/FA/DU/EN/GS/AK/WI/NA/BI |
LO/MU/TE/HV |
|
2 H/A > 3 HAVO |
Minimaal 6 x B met maximaal 1 x D. De leerling mag voor de kernvakken NE, EN en WI 1 x C hebben. |
Maximaal 1 x D |
De leerling die niet aan de norm voor automatische bevordering voldoet, wordt in bespreking gebracht.
D. Overgang van 2-HAVO/Atheneum naar 3-Atheneum en van 2-Gymnasium naar 3-Gymnasium
In 2-HAVO/Atheneum wordt gewerkt met de beoordelingsschaal A t/m F, waarbij de letter A het VWO-niveau weergeeft.
In 2-Gymnasium wordt gewerkt met de beoordelingsschaal 1 t/m 10. Voor de vakken LO, Muziek, Tekenen en Handvaardigheid worden de lettersymbolen A t/m F gebruikt.
|
Van > naar |
NE/FA/DU/EN/GS/AK/WI/NA/BI |
LO/MU/TE/HV |
|
2 H/A > 3 Atheneum |
Minimaal 6 x A met maximaal 1 x C. De leerling mag voor de kernvakken NE, EN en WI 1 x B hebben.
|
Maximaal 1 x D |
|
2 Gym. > 3 Gymnasium |
NE/FA/DU/EN/GS/AK/WI/NA/BI/GR/LA Minimaal 65 punten met aan onvoldoendes maximaal 3 x 5 of 1 x 4 en 1 x 5. De leerling mag voor de kernvakken NE, EN en WI 1 x 5 hebben. Voor de vakken LA en GR mag de leerling geen onvoldoende hebben. |
LO/MU/TE/HV Maximaal 1 x D |
De leerling die niet aan de norm voor automatische bevordering voldoet, wordt in bespreking gebracht.
E. Overgang van 3-VMBO-tl naar 4-VMBO-tl
Van de acht "cijfervakken" wordt het gewogen gemiddeld berekend van de Schoolexamens (SE's) die tot en met het einde van het schooljaar zijn afgelegd.
In totaal moet de leerling daarmee minimaal 47 punten behalen. Het aantal onvoldoendes mag 3 x 5 of 1 x 4 en 1 x 5 zijn.
De "lettervakken" Lichamelijke Opvoeding, het gekozen kunstvak (Muziek, Tekenen of Handvaardigheid) en Kennis van het Geestelijk Leven dienen alle met voldoende (v) of goed (g) te worden afgesloten.
F. Overgang van 3-HAVO naar 4-HAVO
Minimaal 59 punten; het aantal toegestane onvoldoendes:
3 x 5 + 1 x D of 1 x 4 + 1 x 5 + 1 x D. Voor de kernvakken NE, EN en WI mag de leerling 1 x 5 hebben.
G. Overgang van 3-Atheneum naar 4-Atheneum
Minimaal 59 punten; het aantal toegestane onvoldoendes:
3 x 5 + 1 x D of 1 x 4 + 1 x 5 + 1 x D. Voor de kernvakken NE, EN en WI mag de leerling 1 x 5 hebben.
H. Overgang van 3-Gymnasium naar 4-Gymnasium
Minimaal 70 punten; het aantal toegestane onvoldoendes:
3 x 5 of 1 x 4 + 1 x 5. Voor de kernvakken NE, EN en WI mag de leerling 1 x 5 hebben.
I. Overgang van 4-HAVO naar 5-HAVO
In de nieuwe opzet van de Tweede Fase bestaan er geen absolute overgangsnormen. De leerling volgt een doorlopend traject, dat wordt afgesloten met het Centraal Examen. Aan het eind van 4-HAVO wordt er door de docentenvergadering een advies uitgebracht over de haalbaarheid van het vervolgtraject (capaciteiten, werkhouding en motivatie), waarbij de slaagnorm voor het examen een richtlijn vormt. Het studieadvies aan het einde van het jaar heeft een bindend karakter indien de docentenvergadering unaniem een negatief advies uitbrengt ten aanzien van de overgang naar het volgende leerjaar.
J. Overgang van 4-VWO naar 5-VWO en van 5-VWO naar 6-VWO
In de nieuwe opzet van de Tweede Fase bestaan er geen absolute overgangsnormen. De leerling volgt een doorlopend traject, dat wordt afgesloten met het Centraal Examen. Aan het eind van 4-VWO en 5-VWO wordt er door de docentenvergadering een advies uitgebracht over de haalbaarheid van het vervolgtraject (capaciteiten, werkhouding en motivatie), waarbij de slaagnorm voor het examen een richtlijn vormt. Het studieadvies aan het einde van het jaar heeft een bindend karakter indien de docentenvergadering unaniem een negatief advies uitbrengt ten aanzien van de overgang naar het volgende leerjaar.
K. Doorstroming van 4-VMBO naar 4-HAVO
Leerlingen die een diploma VMBO-theoretische leerweg hebben behaald en naar 4-HAVO willen doorstromen kunnen alleen worden toegelaten indien de toelatingscommissie HAVO positief heeft geadviseerd. De beslissing van de toelatingscommissie wordt gebaseerd op de adviezen van de vakdocenten VMBO ten aanzien van capaciteiten, werkhouding/motivatie en gedrag of (bij externe toelating) het advies van de toeleverende VMBO-school. Als toelatingseis geldt dat de leerling op zijn eindcijferlijst VMBO een gemiddeld eindcijfer van minimaal 6,5 heeft behaald. Bovendien geldt dat voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde maximaal één eindcijfer 5 behaald mag worden. Ook kunnen er eisen gesteld worden aan de gekozen VMBO-vakken. In februari kunnen leerlingen een aanvraag tot toelating van 4-HAVO indienen bij de decaan.
L. Doorstroming van 5-HAVO naar 5-VWO
Leerlingen die een HAVO-diploma hebben behaald, kunnen alleen tot 5-VWO worden toegelaten indien de toelatingscommissie VWO positief heeft geadviseerd. De beslissing van de toelatingscommissie wordt gebaseerd op de adviezen van de vakdocenten ten aanzien van capaciteiten, werkhouding/motivatie en gedrag of (bij externe toelating) het advies van de toeleverende HAVO-school. Als toelatingseis geldt dat de leerling op zijn eindcijferlijst HAVO een gemiddeld eindcijfer van minimaal 6,5 heeft behaald.
Leerlingen die van 5-HAVO naar 5-VWO doorstromen krijgen een vrijstelling voor de vakken ANW, Maatschappijleer en CKV. Leerlingen die op de HAVO één of meer vakken op VWO-niveau hebben afgesloten krijgen voor dat vak of die vakken een wettelijke vrijstelling. In februari van het examenjaar kunnen leerlingen een aanvraag tot toelating van 5-VWO indienen bij de decaan.
M. Wanneer ben je geslaagd?
4-VMBO examenjaar 2013
De kandidaat die eindexamen VMBO heeft afgelegd, is geslaagd
- als het rekenkundig gemiddelde van de behaalde resultaten voor alle bij het centraal examen betrokken vakken ten minste 5,5 is;
- als voor één vak het eindcijfer 5 en voor de overige vakken een 6 of hoger is behaald;
- als voor twee vakken het eindijfer 5 of voor één vak het eindcijfer 4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger waarvan tenminste één 7;
- als de vakken LO, Kunstvakken I en het sectorwerkstuk met “voldoende” of “goed” zijn beoordeeld.
5-HAVO en 6-VWO Tweede Fase examenjaar 2013
De kandidaat die eindexamen HAVO of VWO heeft afgelegd is geslaagd
- als het rekenkundig gemiddelde van de behaalde resultaten voor alle bij het centraal examen betrokken vakken ten minste 5,5 is;
- als voor maximaal één van de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en voorzover van toepassing wiskunde-A, wiskunde-B of wiskunde-C het eindijfer 5 is behaald:
- als voor alle vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, het eindcijfer 6 of meer is behaald;
- als voor éen van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, het eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, het eindcijfer 6 of meer is behaald, dan wel
- als voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, het eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, het eindcijfer 6 of meer is behaald en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
- als voor twee van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, het eindcijfer 5 is behaald dan wel voor een van de vakken het eindcijfer 4 en voor één van de vakken het eindcijfer 5 is behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld het eindcijfer 6 of meer is behaald en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;
- indien het vak Lichamelijke Opvoeding en voor HAVO en Atheneum het vak Culturele en KunstzinnigeVorming van het gemeenschappelijk deel zijn beoordeeld met voldoende of goed;
- indien geen van de eindcijfers van de vakken van het combinatiecijfer lager is dan een 4.
Het combinatiecijfer is het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers schoolexamen van de “kleine vakken” uit het gemeenschappelijk deel en het cijfer voor het profielwerkstuk, waarbij alle vakken en het profielwerkstuk even zwaar meetellen. Bovendien moeten deze vakken en het profielwerkstuk voldoen aan de eis van een afgerond eindcijfer niet lager dan een 4.
De volgende vakken tellen mee in het combinatiecijfer:
|
Combinatiecijfer HAVO |
Combinatiecijfer VWO |
|
Maatschappijleer |
Maatschappijleer |
|
Literatuur |
Literatuur |
|
|
ANW |
|
|
KCV (indien gekozen) |
+ +
|
Profielwerkstuk |
Profielwerkstuk |
4-VMBO-theoretische leerweg: slaagnorm voor het examenjaar 2014
In het examenjaar 2014 wordt de rekentoets een zelfstandig onderdeel van het eindexamen. Iedere VMBO-kandidaat zal dan een rekentoets moeten afleggen in het laatste of voorlaatste leerjaar. Het behaalde eindcijfer voor de rekentoets zal meewegen in de uitslagregel samen met het vak Nederlands: voor Nederlands en de rekentoets moet de kandidaat ten minste het eindcijfer 5 behaald hebben. Vanaf het examenjaar 2016 moet de kandidaat voor Nederlands en de rekentoets ten minste één eindcijfer 5 en één eindcijfer 6 halen om te kunnen slagen.
5-HAVO en 6-VWO: slaagnorm voor het examenjaar 2014
In het examenjaar 2014 wordt de rekentoets een zelfstandig onderdeel van het eindexamen. Iedere kandidaat zal dan een rekentoets moeten afleggen in het laatste of voorlaatste leerjaar. Het behaalde eindcijfer voor de rekentoets zal meewegen in de uitslagregel: de kandidaat moet ten minste het cijfer 5 behalen voor de rekentoets. Vanaf het examenjaar 2016 wordt het cijfer van de rekentoets meegenomen in de kernvakkenregel. Kandidaten mogen dan als eindcijfer slechts één onvoldoende halen voor één van de vakken Nederlands, Engels, wiskunde of de rekentoets. Die onvoldoende mag niet lager zijn dan het eindcijfer 5. Kandidaten zonder wiskunde mogen niet lager scoren dan één eindcijfer 5 voor Nederlands of Engels of de rekentoets.