Hoe doen ze dat toch?
Het komt je bekend voor: Zo'n meisje of jongen in je klas bij wie alles vanzelf lijkt te gaan. Mooie cijfers, nooit stress, complimenten aan alle kanten. Wat is toch "hun geheim"? Allemaal toptalenten? Wonderkinderen? Hoogbegaafd ofzo? Lees hieronder wat deze kinderen doen en je ziet: zó bijzonder is het vaak niet.
Voordat je dit leest...
Ga je niet blindstaren op die goede leerlingen om je heen. Het zijn geen supermensen. Ze doen niet alles wat je hieronder leest. En ze doen het ook niet allemaal even goed. Laat je er niet door ontmoedigen, maar juist aanmoedigen! En let maar eens op: Je zult dingen tegenkomen die jij nu ook al doet.
1. Ze weten wat er wanneer moet gebeuren
Ze weten wat er moet gebeuren, omdat ze het werk uit
de
studiewijzers in hun agenda overnemen. Ze schrijven
het
niet alleen op, ze kijken ook regelmatig
in hun agenda. Door dat overzicht kunnen ze ook plannen.
Ze kijken daarmee vooruit om nare verrassingen
te
voorkomen. Ze zien bijvoorbeeld aankomen
dat ze
komende donderdag niet aan school kunnen werken, omdat
ze dan
iets leuks gepland hebben. Het werk dat dan eigenlijk
moest
gebeuren, hebben ze al op een andere plek in die week
gepland.
Samengevat: Overzicht houden: werk
opschrijven in je agenda - er in kijken - vooruitkijken
- plannen
2. Ze weten hoe je iets moet aanpakken
Deze leerlingen zul je bijvoorbeeld niet snel een heel daltonuur zien lezen in een tekst om die zo te willen onthouden. Ze maken schema's, schrijven hun eigen samenvattingen, laten zich overhoren door anderen. Je ziet hoe ze opdrachten in een werkboek met een andere kleur verbeteren. En ze vragen zich daarna af of ze het goede antwoord wel begrijpen. Samengevat: Goede manieren (technieken, vaardigheden) om dingen te maken en te leren gebruiken. Actief met de stof bezig zijn.
3. Ze weten hoe je aan het werk gaat en het volhoudt
Net als iedereen denk jij ook wel eens na over iets wat je wilt bereiken. Iets waar je nog niet tevreden over bent. Je wilt een hoger cijfer voor economie bijvoorbeeld. Goede leerlingen gaan een stap verder. Ze denken na over wat ze waar gaan doen om dat doel te bereiken. Ze gebruiken trucjes om zichzelf daar telkens weer aan te herinneren, ze gebruiken kleine beloningen tussendoor om het vol te houden. En ze denken al van te voren na over wat ze gaan doen tijdens de moeilijke momenten, die ze van hun goede voornemens dreigen af te houden. Samengevat: Ze laten het niet bij plannen maken, ze denken veel na over wat ze moeten doen om het doel te bereiken.
4. Ze kijken of het wel goed is
Goede leerlingen kijken of de opdracht wel duidelijk is, ze kijken of ze het wel echt begrijpen als ze bezig zijn, of ze de uitleg van die leraar volgen. Ze zijn zorgvuldig, doen dingen rustig en grondig, kijken regelmatig of het wel goed genoeg is, wat ze doen. Ze komen afspraken na en durven ook anderen hierop aan te spreken.
5. Ze gebruiken hulp
Goede leerlingen gebruiken de hulp die ze nodig hebben.
Ze
durven hulp te gebruiken. Ze denken niet dat
ze dom zijn
als ze een medeleerling, een leraar of hun
ouders iets vragen. Ze gebruiken de daltonuren
vooral
voor extra uitleg of om samen te oefenen en elkaar
te
overhoren.
6. Ze laten zich niet gek maken
Goede leerlingen kijken wel naar wat anderen doen, maar ze staren er zich niet blind op. Ze kijken graag bij een ander de slimme "trucjes" af, zodat zij er zelf ook van kunnen profiteren. Hoe je iets handig leert bijvoorbeeld, of hoe je voorkomt dat je in tijdnood komt. Maar ze laten zich niet onzeker of overmoedig maken door opmerkingen van mensen om zich heen. Ze laten zich niet gek maken door verwachtingen van ouders, medeleerlingen, leraren.
7. Ze houden hun gevoelens in de gaten:
- Op momenten van stress weten ze, hoe ze zichzelf rustig kunnen praten, hun zelfvertrouwen terug krijgen.
- Op momenten dat het allemaal even inzakt, weten ze, hoe ze er voor kunnen zorgen dat ze weer (wat) meer gaan doen.
- Bij een tegenslag blijven ze realistisch en positief voor zichzelf. "OK, dat hogere cijfer voor economie is dus niet gelukt. Maar ik ga uitzoeken waarom ik die onvoldoende had. En wat ik beter kan doen."
- Bij een succes schieten ze niet meteen door in tevredenheid. Ze blijven goed werken en denken niet dat het de volgende keer dan ook zomaar goed gaat.
- Ze zijn realistisch voor zichzelf: Ze weten dat je met hard en goed werken veel kunt bereiken, maar niet het onmogelijke. Ze hebben geen "enorme plannen", die bijna als vanzelf op een mislukking moesten uitlopen, omdat ze niet haalbaar zijn. Ze werken daarom met kleine plannetjes, met ups en downs zoals iedereen.
- Ze weten dat ze niet in alles even goed (zullen) zijn. Ze werken daar wel aan, maar kunnen daar mee leven.