Mooie plannen - en dan?
"Ik ga beter mijn best doen", "Ik ga harder leren!" Iedereen doet - wel eens dit soort beloftes aan zichzelf. Maar waarom houden we die mooie plannen vaak niet lang vol? En wat werkt dan wèl? We hebben geen tovermiddelen voor je, wel tien tips.
80% niet - 20 % wel
Eén troost: Je bent niet alleen. 80% (!) van de mensen vallen nadat ze met hun goede voornemens begonnen waren al na korte tijd terug in het oude gedrag. Da's wel heel veel dus. Maar je wordt er ook nieuwsgierig van: Wat doen die 20% van de mensen die het wèl lukt? Hier lees je het.
Tip 1: Wat wil ik?
- Maak je doel precies: "Beter mijn best doen" of "hogere cijfers halen " zijn zulke algemene doelen dat er meestal niet veel van terecht komt. Dat komt omdat je dan nog niet weet wat je precies moet doen. Hoe preciezer je weet wat je wilt bereiken en vooral hoe, hoe groter de kans dat het ook lukt. Maak je doelen dus precies. Beter is: "Ik wil voor wiskunde een voldoende".
- Maak je doel positief. In jouw doel komen dus woordjes als niet, niet meer, nooit of geen niet voor. Voorbeeld: "Ik ga op maandag tot donderdag een half uur MSN-en per dag" (in plaats van het negatieve en vage "Ik ga niet meer zo veel MSN-en")
- Niet teveel tegelijk: Vaste gewoonten kun je niet zomaar eventjes omgooien. De kans dat het je lukt om heel veel dingen tegelijk te veranderen is klein. En de kans op een enorme teleurstelling is dan juist levensgroot. Begin klein en haalbaar. Dus "Ik wil voor engels en aardrijkskunde een cijfer omhoog." in plaats van niet "Ik wil voor 9 vakken een cijfer omhoog, minder snoepen, minder MSN-en, aardiger zijn voor mijn vrienden " enz.
- Schrijf het op: Pas als je dat doet ben je begonnen aan een soort "afspraak" met jezelf. Zodra het op papier staat, is het "echt" en zul je er sneller mee beginnen. Een vaag plannetje ("ja, dat moet ik beter gaan doen inderdaad ") in je hoofd is zo weer weg.
Tip 2: Hoe?
- Met een helder doel alleen ben je er nog niet. Pas als je er goed over nadenkt wat je dan precies doet om dat te bereiken (waar, wanneer en wat doe je dan)? is de kans groter dat je het ook echt gaat doen. Dus zoiets als: "elke maandag het derde uur naar het Daltonuur wiskunde en vragen stellen" (in plaats van "harder leren") of "als ik maakwerk nakijk verbeter ik niet alleen de fouten, ik vraag mezelf ook af of ik het nu snap." (in plaats van "maakwerk beter doen")
Tip 3: Waar blijft mijn tijd?
- Ga na hoeveel tijd je thuis gemiddeld per dag aan schoolwerk besteedt. Is dat voldoende?
- Afleiders: Er zijn heel veel dingen om je heen (muziek, computer, tv enz.) die je kunnen afleiden van je schoolwerk. Haal ze weg, zet ze uit of zoek een werkplek op waar ze niet zijn.
- Wat doe je in een daltonuur? Bekijk 1 keer per week waar jij de komende daltonuren naar toe moet gaan, omdat je de stof lastig vindt, achter ligt, wilt overleggen met je leraar enzovoort. Het kan je veel tijd besparen die je anders thuis aan schoolwerk moet besteden. Ga eens niet met vrienden mee in het daltonuur, maar ga alleen! Wedden dat je veel beter werkt?
- Gebruik je de lessen goed? Let je op tijdens de uitleg? Maak je aantekeningen? Stel je vragen?
Tip 4: Ken je zwakke en sterke momenten
- Ontdek op welke momenten in de week je goed werkt, dus momenten waar je niet afgeleid of te moe bent (bijv. na sporttraining) om goed te kunnen werken. Gebruik juist die momenten volop in je planning
- Probeer de probleem-momenten te voorspellen : Waar en wanneer het moeilijk gaat worden om je doel te bereiken? Bedenk vooraf wat je gaat doen op dat moment, om "tegen te sturen": "Straks komt mijn vriendin om met mij samen in Dalton naar een leuk vak te gaan, maar ik ga haar zeggen dat ik naar aardrijkskunde ga, want ik moet het goed weten voor het proefwerk ."
Tip 5: De macht van de gewoonte
- Niets is zo hardnekkig als een gewoonte. Gewoonten besparen je energie. Dat geldt niet alleen voor slechte gewoonten, maar ook voor goede. Goede gewoonten helpen je om - of je nu zin hebt of niet - gewoon aan de slag te gaan. Je hoeft namelijk niet elke keer weer je tegenzin te overwinnen: voor je het weet ben je gewoon bezig met het werk. En achteraf valt het vaker mee dan tegen!
- Maak vaste tijdsblokken van de momenten in de week dat je goed aan je schoolwerk kunt werken! Doe dingen op dezelfde tijd, dezelfde plek, op dezelfde manier. Plan die tijdsblokken van tevoren in: wat ga je daar precies doen?
Tip 6: Waarom plannen ALTIJD helpt
- "Ik kan me er toch niet aan houden !" - vaak denk je dat dat plannen daarom zinloos is. Hier lees je waarom dat niet zo is!
- Een planning is geen kunstwerk waar je na afloop niets meer aan verandert! Als het nodig is moet je dingen aanpassen en verschuiven. Je leert daardoor steeds beter om dingen in te schatten: hoe moeilijk iets is of hoe lang het gaat duren. Niemand kan alles van tevoren altijd precies inschatten.
- Het is ècht bewezen dat plannen werkt: In een wetenschappelijk experiment moest één groep studenten vertellen hoe en wanneer ze - op weg naar de inleverdatum - aan een grote opdracht gingen werken. Een andere groep kreeg gewoon de opdracht, zonder dat ze iets gevraagd werd. Wat bleek? 75 % van de studenten die antwoorden moesten geven op vragen over planning kregen het werk op tijd en goed af. Van de studenten die er niet over nagedacht hadden over hoe en wanneer ze de opdracht zouden uitvoeren slechts 30%!
- Ook al lukt het niet om je er aan te houden, je hebt wel een overzicht in je hoofd wat er moet gebeuren en wat niet! Zonder overzicht wist je niet wat je nu wel of niet had moeten doen. Dus ook niet wat je nu eigenlijk aan het uitstellen bent! Niet plannen veroorzaakt stress: "Wat staat me nu weer te wachten?"
- Sta niet te lang stil bij wat er niet lukte, onthoud bewust wat er wel goed ging! "Praat" tegen jezelf: "Dit heb ik goed gedaan!"
Tip 7: Anderen laten helpen
De mensen met wie je veel omgaat - vrienden, vriendinnen, je ouders - hebben veel invloed op je. Dat kan je enorm helpen. Denk niet dat je altijd alles alleen kunt of zou moeten doen.
Je ouders/verzorgers kunnen je enorm helpen, juist ook zonder dat zij voor jou gaan plannen. Dat plannen moet je immers zelf leren.
Als je bijvoorbeeld een planning maakt en die aan hen vertelt kunnen zij horen of dit verstandig klinkt en je een advies geven. Zo van: "Je leert aardrijkskunde voor de woensdag. Is die hoeveelheid in één dag te leren ?" Een bijkomend voordeel is dat je ouders je minder snel zullen lopen controleren: Je overlegt immers met hen, over je werk en de planning. Dat geeft ze vertrouwen dat je het goed wilt aanpakken.
Andere mensen kunnen ook jouw stok achter de deur zijn door je te helpen je aan je eigen planning te houden. Bijvoorbeeld door de computer nog even te verbieden totdat jij inderdaad je bio af hebt! (Zoals je in je eigen planning had bedacht). Misschien niet altijd leuk, maar wel goed.
Tip 8: Beginnen: "Ik heb er ècht geen zin in..."
- Zelf ècht aan de slag gaan is vaak moeilijk. Zeker als je er ècht geen zin in hebt. Maar vaak zeg je achteraf: "Toen ik eenmaal bezig was viel het eigenlijk erg mee ". Denk daarom niet van tevoren na hoe leuk of vervelend je die ene klus nu vindt of niet. Begin gewoon, schrijf op wat je die dag gaat doen, leg "als een robot" die boeken open, pak je pen en GA! Opeens ben je bezig en schiet het nog op ook.
- Wacht niet tot je er zin in krijgt.
Voor sommige klussen zul je nooit echt zin krijgen. Dat is niet zo erg, maar kan er wel voor zorgen dat je het maar blijft uitstellen. - Denk aan hoe je je zult voelen als het gelukt is. Stel je zo levendig mogelijk de situatie voor die je wilt bereiken: "Mijn huiswerk is af, ik heb alles gedaan wat ik kon, ik ga gezellig met ... naar de film."
- Probeer je af te vragen waarom je het moet maken of leren. Als je weet dat het weliswaar niet zo leuk, maar wèl nuttig is, ben je sneller geneigd om het toch te doen. Denk aan medicijnen: ook niet leuk, maar mensen gebruiken ze wel!
- Denk tussendoor telkens weer aan je doel en hoe je je zult voelen als het lukt: Een "voldoende voor dit vak", "het hoofdstuk afhebben", "dit onderwerp begrijpen" enz.
Tip 9: Aan het werk blijven
- Veel dingen bereik je pas met veel geduld, na een lange tijd, met vallen en opstaan. Dat mooiere cijfer voor wiskunde bijvoorbeeld, dat is er nog niet met een middag hard werken. Om het vol te houden moet je daarom met directe, kleine beloningen werken: "Ik werk een uur, kijk daarna een half uur naar dat TV programma, en werk daarna nog een uur."
- Een kookwekker of timer is ideaal om je te helpen om je aan je eigen afspraken te houden. Als je bijvoorbeeld met jezelf afgesproken hebt: "Ik ga eerst een half uur Frans leren, daarna dat ene programma op TV kijken" zit je al snel meer op de klok te kijken of het al tijd is voor de TV dan dat je Frans leert. De kookwekker zorgt ervoor dat je niet meer afgeleid bent. Zet hem niet recht voor je neus natuurlijk, dan ga je daar naar kijken!.
- Ook een briefje waarop je opschrijft wat vanmiddag gaat doen kan je helpen om je aan je eigen beloftes te houden. Telkens als een klus af is streep je hem door. Dát geeft een goed gevoel en geeft je daarmee motivatie voor de volgende klus. De kans dat je het ook echt gaat doen is een stuk groter als je het op een briefje schrijft. Een plannetje in je hoofd ben je zó weer vergeten of gooi je om met een "smoes".
Tip 10: Vallen en opstaan
- Het is normaal als je er moeite mee hebt om ook echt te doen wat je eigenlijk wilt, om je gewoonten te veranderen. Daarmee ben je nog geen "patiënt". Het is ook niet typisch voor mensen op jonge leeftijd. Praat erover met je mentor, je docent, je ouders en vergeet je medeleerlingen niet.
- Geen kwestie van alles of niets
Houd er rekening mee dat je wensen soms wel, soms niet zullen lukken. Er komen altijd momenten dat het niet (allemaal) lukt of dat je denkt dat het toch geen zin heeft. Laat je niet uit het veld slaan daardoor.