De Loolaan
De Loolaan is vanouds de toegangslaan tot wat eens het schitterende kasteel 'De Loo' was. Het door een slotgracht omgeven kasteel wordt al in 1392 genoemd onder de oudste bezittingen van de graven van Holland.
Voordat het als kasteel wordt genoemd lag er echter reeds in het begin van de twaalfde eeuw een hofstede. Verschillende buitenplaatsen, zoals 'Oosterloo', 'Westerloo' en 'Zuyderloo', moesten erfpacht betalen aan 'De Loo'. Het betalen was vastgesteld op St.Laurensdag (10 augustus) en werd daarom het 'Lauwerisgeld' genoemd. De erfpacht moest persoonlijk worden afgedragen en iedereen werd bij die gelegenheid onthaald op haring en bier.
De grootste glorietijd beleefde 'De Loo' wel in 1749 toen stadhouder Willem IV, de grootvader van de latere koning Willem I, er een heuse dierentuin liet aanleggen met de meest exotische dieren. De dierengroep op de brug aan de Rembrandtlaan, een beeldhouwwerk van de Voorburgse kunstenares Marian Gobius (1910-1994), herinnert hier nog aan.
Vermakelijk is wel het verhaal van een uit Borneo afkomstige vrouwtjesorang-oetan die, na aankomst, tijdelijk werd ondergebracht bij Arnout Vosmaer, een van de beheerders van de prinselijke menagerie. Zij zag kans zich los te maken en vond op de zolder een fles Malaga, ontkurkte die, dronk de fles geheel leeg en zette hem weer keurig netjes terug op z'n plaats.
'De Loo' lag op de plaats van de huidige Mgr.van Steelaan en de Reuvenslaan.
Omstreeks 1960 werd alles wat herinnerde aan het statige 'De Loo' en de daarbij behorende boerderijen 'Westerloo', 'Oosterloo' en 'Zuyderloo' gesloopt voor de aanleg van wegen en woningbouw in de wijk met de naam ''t Loo'.