Hoogbegaafd, wat is dat?
They don't think the way we think they think (Nicolas Colangelo)
WIE ZIJN DIT?
Als je wilt weten waar de term vandaan komt, klik dan hiernaast op Normaalcurve begaafdheid. Over de omvang van de doelgroep bestaat verschil van mening. Maar over het volgende is men het eens: Onderwijs dat speciaal is ontwikkeld voor leerlingen met de allerhoogste IQ-scores is geschikt voor 10 à 25 % van alle leerlingen.
Er zijn nogal wat modellen ontwikkeld om het verschijnsel hoogbegaafdheid begrijpelijk te maken, twee voorbeelden hiervan kun je hiernaast bekijken: Model Renzulli/Mönks en Heller. Je kunt ook voor een minder modelmatige benadering kiezen, klik dan op Kenmerken Laycock, Silverman of Span.
WAT IS HET PROBLEEM?
Hoogbegaafdheid op zichzelf is geen probleem. Als leerlingen beschikken over bovengemiddelde interesse, motivatie of creativiteit, dan zullen zij naar verwachting bovengemiddelde prestaties leveren. Voorwaarde is dan wel dat zij bovengemiddelde aandacht en ruimte krijgen. Vaak zit daar een moeilijkheid.
Economie en politiek mikken op het midden van de normaalcurve. Vrijwel alle lesmethodes zijn daar op afgestemd. Voor de linkeruitloop stelt de overheid extra geld en middelen beschikbaar (LWOO) en voor de rechteruitloop is er eigenlijk niets. Meer dan de helft van deze groep mislukt dan ook in het onderwijs.
Problemen rond hoogbegaafdheid ontstaan vaak al op zeer jeugdige leeftijd. Veel voorkomende oorzaken zijn: onbegrip, "verkeerde diagnose" en gebrek aan passende voorzieningen. Een veelvoorkomend gevolg is: bovengemiddelde passiviteit. Wil je dit verschijnsel iets beter begrijpen en heb je even tijd, klik dan op Profielen Betts/Neihart.
Bestanden
- Normaalcurve begaafdheid
- Model Renzulli-Monks
- Model Heller
- Kenmerken Laycock
- Kenmerken Silverman
- Kenmerken Span
- Betts Neihart Profielen