Staken tegen een onbetrouwbare overheid

Stakingsactie 9 januari 2012

Voor de Kerstvakantie hebben wij u op de hoogte gebracht van de stakingsacties in het Voortgezet Onderwijs. Die zijn op maandag 9 januari van start gegaan en ook op 26 januari zal er gestaakt worden. Maar waarom staken we eigenlijk? Ik wil graag een paar gedachten met u hierover delen.

De soap over onderwijstijd

Op 14 juli 2010 ontvingen wij een brief van de toenmalige staatssecretaris Marja van Bijsterveld over het wetsvoorstel betreffende de onderwijstijd en de daaraan gekoppelde inkorting van de vakanties. In deze brief stond dat met onmiddellijke ingang (vooruitlopend op de wetswijziging) een wettelijke minimumnorm van 1000 klokuren gerealiseerde lestijd zou gaan gelden omdat de oude norm van 1040 klokuren volgens advies van de Inspectie niet handhaafbaar bleek. Uit onderzoek van de Inspectie was namelijk duidelijk geworden dat vrijwel geen enkele school de norm van 1040 klokuren gerealiseerde lestijd haalde. In de brief stond ook dat deze minimaal verplichte lestijd van 1000 klokuren  “door een inspirerend en uitdagend karakter aan een zinvolle invulling van de totale studielast van de leerlingen moet bijdragen”. Bovendien stelt van Bijsterveld dat deze maatregel is genomen opdat “het vertrouwen in de sector hersteld wordt”.

Ik vroeg me destijds al af bij wie het vertrouwen in het voortgezet onderwijs geschaad was. Bij de ouders, de leerlingen? Het is symptomatisch dat het juist de politici zijn die kennelijk het vertrouwen in de onderwijssector kwijt zijn geraakt. Inmiddels is het ook andersom: het onderwijs is in de afgelopen twee maanden het vertrouwen in de politici verloren.
Immers, bij de verlate behandeling van het wetsvoorstel onderwijstijd in december 2011 ging (inmiddels) Minister van Bijsterveld opeens klakkeloos akkoord met een amendement van de PVV om de urennorm weer van 1000 naar 1040 uur terug te draaien, tegen de adviezen van de VO-Raad en de Inspectie in. En de minister bemoeit zich bovendien met de vakantiedagen van leraren, een onderwerp dat thuishoort in de CAO-onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Deze twee maatregelen betekenen een onaanvaardbare verhoging van de werkdruk voor docenten en een extra financiële last voor de scholen.

Werkmentaliteit en prestatiebeloning

Woensdagavond 11 januari kijk ik naar “Pauw en Witteman” waar o.a. wordt gediscussieerd over de doelmatigheid van het geld dat in het onderwijs geïnvesteerd wordt. Tweede Kamerlid en onderwijswoordvoerder Ton Elias van de VVD heeft het al gauw over de slechte werkmentaliteit van een deel van de docenten in Nederland en de gevolgen hiervan voor de kwaliteit van het onderwijs. Een citaat:  “Mijn zoon zit in de eindexamenklas en eens in de twee dagen krijgt hij een sms-je voor 8 uur ’s morgens hoe gemankeerd zijn schooldag er nu weer uitziet, want dan is er weer dit en dan valt dat weer uit, omdat er een docent naar de tandarts moet…”.  Met andere woorden: die docenten en die scholen rommelen maar wat aan. Als een ambtenaar zich ziek meldt, merkt niemand dat. Als een groepsleerkracht ziek wordt, gaat de basisschooldirecteur voor de klas staan. Als een docent in het voortgezet onderwijs ziek wordt, proberen wij die lessen te vervangen, tenminste in de onderbouw. Voor de bovenbouw kunnen wij geen blik vervangers opentrekken. Menskracht en financiële middelen ontbreken, maar we zijn creatief. Zo heb ik zelf vorig jaar vanaf februari tot en met het eindexamen een VWO-examenklas voor het vak Nederlands overgenomen omdat we geen vervanger konden vinden.

Het klinkt, in het regeerakkoord, misschien niet alarmerend, maar het is het wel: ‘Er komt meer ruimte voor prestatiebeloning in het onderwijs, zowel van personen als teams’. Het wordt zeker alarmerend als het geld dat hiervoor beschikbaar moet komen wordt bezuinigd bij het speciaal onderwijs. Minister van Bijsterveld heeft op 15 december de Tweede Kamer geïnfomeerd dat het 5000 banen in het speciaal onderwijs gaat kosten. Onbegrijpelijk. De begeleiding van zorgleerlingen wordt ingeruild voor een maatregel waar niemand in het onderwijs op zit te wachten. Prestatiebeloning betekent impliciet dat er ‘gewone’ leraren zijn en ‘betere’ en dat die betere leraren meer moeten verdienen.  Uit 35 jaar onderwijsonderzoek blijkt dat het gebruik van effectieve didactische werkvormen, het klassenmanagement en het vermogen om de lesinhoud aan te passen aan het niveau van de leerlingen inderdaad kunnen leiden tot een prestatieverbetering van leerlingen. De vraag is of dit meetbaar is in de concrete werksituatie zodat “excellente” docenten beter betaald kunnen worden. Op onze school kunnen we onze docenten feedback geven op bijv. hoeveel tijd de docent besteedt aan groepsinstructie, aan individuele instructie, aan het toezien op taakuitoefening, aan foutenanalyse, aan reflectie op leerproces en leerlingprestaties. Dit vergt van docenten dat zij werken aan hun eigen competenties, dat zij collegiaal leren van elkaar en dat ze reflecteren op de dagelijkse praktijk van de dialoog tussen henzelf en de leerlingen. Dat is ook de kerntaak van een school, in een school is er van nature sprake van een lerende cultuur, niet alleen van leerlingen, maar ook van docenten en schoolleiders. Een cultuur, die in de Tweede Kamer ver te zoeken is. Als politici echt lessen willen trekken uit Finland, dat in Europa volgens de PISA-ranglijst op de 1e plaats staat op het gebied van onderwijsprestaties, dan zijn de onderstaande kenmerken van het Finse onderwijs wellicht interessant:

  • in Finland is het aantal verplichte onderwijsuren in PO en VO véél kleiner, zo’n 20% minder dan in Nederland;
  • de klassen zijn kleiner;
  • Finse leraren geven jaarlijks 20% minder lesuren in een vergelijkbaar aantal schoolweken en hebben hierdoor meer tijd voor professionalisering en collegiale consultatie.

Docenten in Nederland blijven ondertussen ‘lesboeren’ met een omvang van 25 lesuren.

Schoolleiders en docenten zijn gemotiveerde professionals en ons energieniveau stijgt en daalt naar mate wij ons meer of minder kunnen identificeren met de door de overheid gedicteerde doelen waarnaar wij moeten streven. Goed onderwijs heeft niet alleen idealisme nodig maar ook vertrouwen van politici. Het wordt hoog tijd dat politici hun wantrouwen overboord zetten. Ze lopen het gevaar dat ze door de professionals in het onderwijs niet meer serieus worden genomen…………

Paul Hendriks
rector