Joost van Mensch: ‘Ik geef het leukste vak dat er is’

joost-van-mensch

In de 7klapper laten we telkens een docent aan het woord. Deze keer spraken we Joost van Mensch, een betrokken mentor van brugklas 1H, maar vooral een bevlogen docent Aardrijkskunde.

1.    Vertel eens over Joost van Mensch
Ik heb na mijn middelbare school eerst gereisd. Vervolgens heb ik een jaar politicologie gestudeerd in Leiden, maar ik merkte dat ik daar cynisch van werd. Daarom ben ik daar mee gestopt en met de lerarenopleiding begonnen in het leukste vak dat er is: Aardrijkskunde. Je leert dan tenslotte wat van de wereld en ik heb gemerkt dat ik er van houd om dingen uit te leggen. In die periode heb ik ook op hoog niveau geroeid. Ik heb een vriendin en oriënteer me op een Masteropleiding.

2.    Waarom Dalton?
Nadat ik was gestopt met roeien en mijn studie had afgerond, heb ik 6 jaar geleden bij deze school gesolliciteerd. Mij viel direct op dat er op de school veel interesse is voor aardrijkskunde. Op de website werd op de vakpagina veel toegelicht, er werd al met een geografisch informatiesysteem (GIS) gewerkt. Ik heb me toen ook in de Dalton methode verdiept en die sprak me aan.

3.    Ik hoor dat je veel doet met interactie en techniek in de klas?
We werken met GIS, maar het gebruik ervan is nogal complex. Daarom werken we ook met Google maps. Jammer dat je dan niet alle lagen op elkaar kan leggen! Verder werk ik graag met interactieve lesmiddelen. Ik maak bijvoorbeeld graag PowerPoint-presentaties waarmee ik d.m.v. een spelelement de leerlingen bij de les houd. De leerlingen krijgen per tweetal een muis. Tijdens de presentatie komen er dan af en toe vragen, die ze moeten antwoorden m.b.v. de muis. Dit kunnen reproductievragen zijn, maar ook vragen waarbij ze verder moeten denken. Je ziet dan direct de aandacht van de leerlingen toenemen. Ze kunnen actief meedoen, daardoor zijn ze betrokken en onthouden ze het ook beter. Het is zelfs zo dat ze het lokaal binnen komen en vragen of ze ‘het spel gaan doen’.
Binnen de sectie Aardrijkskunde experimenteren we graag met nieuwe technieken om leerlingen beter bij de les te betrekken. Zo ook met een goede methode om smartphones in te zetten en we hopen op een aantal tablets in de klas. Ik kan nu ook mijn computer bedienen via het whiteboard, ideaal. Dat is waar Dalton om gaat, met welke middelen kan ik mijn lesdoel het beste bereiken. De school geeft hier veel mogelijkheden voor.

4.    Klopt het dat je je reizen ook gebruikt voor de lessen?
Tijdens mijn reizen kijk ik ook altijd een blik van een aardrijkskundeleraar. ‘Aardrijkskunde is de beschrijving van de ontmoeting van de mens met de natuur.’ Dan zie ik de woestijn of een gebergte en maak ik foto’s om in mijn PowerPoints iets te illustreren. Ik heb als streven om alleen eigen fotomateriaal te gebruiken. Ik heb zelfs IJsland als reisdoel gekozen, omdat ik graag foto’s wilde laten zien van het landschap. Ik vertel mijn leerlingen graag het verhaal ‘achter de lesstof’. Als je zelf op een plek ben geweest en deze zelf hebt ervaren breng je stof op een andere manier over. Dat vind ik zelf prettig werken. Bij mijn reizen heb ik oog voor de mix van cultuur en natuur, dat breng ik ook over. Ik hoop dat het daarmee het vak interessant maakt en anders ben ik die docent die zelf zijn koffie maalt….

5.    Welke vrijheden heb je binnen Dalton?
De lesstof en de toetsen staan vast. Een aantal van de opdrachten ook. Vervolgens legt iedere leraar zijn eigen accenten op de wijze waarop de lessen worden gegeven.

6.    Je bent ook mentor van een brugklas?
Dit is de vierde mentorgroep die ik heb, elke keer een brugklas. Ik vind het een uitdaging om deze leerlingen te begeleiden. De toon wordt tenslotte gezet in het eerste jaar. Er verandert dit eerste jaar veel  voor deze leerlingen. Ik ben graag betrokken bij ze en wil ze een goede basis meegeven, waarmee ze verder kunnen in het Dalton.

7.    Wat wil je bereiken?
Ik wil mijn leerlingen raken en inspireren. In mijn vakgebied en in het algemeen. Ze raken, in de zin dat ik ze verder kan helpen. Soms wordt dat pas na jaren duidelijk, maar het lukt in ieder geval bij een paar leerlingen per jaar…

Hanneke Willigers